Evelien Polter

Interview

Verbouwing Christus Koningkerk tot hotel, restaurant en theaterzaal

Leestijd ongeveer 2 minuten

In het artikel Raad van state doet uitspraak over vergunning hotel in Christus Koningkerk was het onderwerp de vestiging van een hotel in de Christus Koningkerk. Het stuk liet omwonenden van de kerk in de James Wattstraat aan het woord die zich al jaren verzetten tegen de komst van hotel, horeca en theaterzaal. De ontwikkelaar van het project, Lenny Balkissoon, heeft in een mailreactie zijn ongenoegen geuit over het voorbij gaan aan zijn mening. Hier komt hij alsnog aan het woord.

Foto: Henk Pouw

Ik interview hem voor de Christus Koningkerk. De verbouwing is in volle gang. De theaterzaal staat in de steigers, maar het restaurant en de daarbij horende keuken moet nog worden gerealiseerd. De serre is zo goed als af en de hotelkamers uitgerust met een riante badkamer kunnen na wat afrondende werkzaamheden zo in gebruik worden genomen.

 

Zijn buurtbewoners betrokken bij de plannen?

‘Sinds 2012 organiseerden we vier buurtvergaderingen. Eén in de kerk, één in de kelder van de kerk en twee in de nabijgelegen school. We deden dit om de buurt te laten zien wat we van plan waren. Henk Hakvoort die in het vorige artikel aan het woord komt is niet bij deze bijeenkomsten aanwezig geweest. De buurt was enthousiast maar omdat de verbouwing erg lang duurt beginnen mensen in de buurt negatief te doen.’

Waardoor denkt u dat het verzet tegen uw plannen zo hardnekkig is?
‘Ik denk dat door mijn huidskleur een aantal mensen tegen mijn plannen zijn. Ik maakte bijvoorbeeld mee dat mensen mij publiekelijk vroegen hoe ik aan mijn geld kom. Als een witte Nederlander gaat bouwen vraagt niemand dat in het openbaar. Bovendien is de gemeente verplicht mijn financiering via een Bibob procedure te onderzoeken om te weten hoe ik aan mijn geld kom. Ik ben gewoon door die procedure heen gekomen.
Op straat spreek ik regelmatig buurtbewoners die wel positief tegenover de verbouwing staan en aangeven dat zij hopen dat het project een succes wordt.’

Wat drijft U?
‘Ik heb een droom. Met dit project, en dat in de Chassébuurt, wil ik iets achterlaten voor Amsterdam, voor als ik er niet meer ben. Ik neem het financiële risico, niet de gemeente, niet de buurt. Ik ben degene die mijn nek uitsteekt om dit te realiseren, om hier iets moois van te maken. Ik begrijp de gevoelens van de tegenstanders, maar het wordt een verrijking van de buurt.’

Hoe gaat de u verwachte parkeer- en geluidsoverlast voorkomen?
‘Ik weet dat de kerk in een woonomgeving staat. Ik ga ervoor zorgen dat er geen overlast zal zijn. Er komen portiers die dat in de gaten gaan houden. Voor het parkeren hebben we een overeenkomst met WeParc afgesloten, om ervoor te zorgen dat auto’s niet bij de kerk maar op een andere plek worden geparkeerd. Ervaring met het Chassékerk project leert dat een restaurant en een hotel in Amsterdam de parkeerdruk in de buurt nagenoeg niet beïnvloeden. Aan het geluidsvolume heeft de gemeente een aantal voorwaarden gesteld waaraan we gaan voldoen. De ramen zijn extra geïsoleerd en de inspectie van de gemeente komt regelmatig kijken.’

Wat gebeurt er als de Raad van State beslist dat er geen hotel mag komen?
‘Ik heb een vergunning om hier mijn project te realiseren en ga ik er daarom vanuit dat ik in het gelijk wordt gesteld. We zijn al acht jaar met dit project bezig. Ik heb geen keuze.’

Komen er studentenkamers in de hotelkamers als de Raad van State beslist dat er geen hotel mag komen?
‘Dat weet ik nog niet.’

GEPUBLICEERD IN DWARS