Evelien Polter

Interview

Ongelijkheid in beeld

Leestijd ongeveer 3 minuten

In de veelbesproken documentaireserie Klassen wordt de toenemende ongelijkheid in het onderwijs scherp in beeld gebracht. In de uitzendingen stellen de makers de vraag ‘hoe de toenemende verschillen tussen kinderen van ‘zwarte’ en ‘witte’ basisscholen te bestrijden?’. 

foto: Paul te Stoete

Basisschooldirecteur Doanh Truong wil van ‘zwarte’ scholen goede scholen maken. ‘Mengen heeft over het algemeen weinig zin, als school ben je dan erg afhankelijk van ouderinitiatieven.’ Haar leven is op het moment dat ik haar spreek – eind januari – bepaald niet saai of voorspelbaar. Leerlingen hebben aandacht nodig. Docenten melden zich ziek. Ouders zoeken contact. En dat zijn dan alleen nog maar de dagelijkse bezigheden. Truong is directeur van basisschool Bijlmerhorst in Amsterdam-Zuidoost. Nadat ze eerst zes jaar voor de kleuterklas stond. Als kind van Vietnamese bootvluchtelingen ging ze naar de Pabo en studeerde ze sociologie. Haar ambitie: het verschil maken voor kinderen zoals zijzelf.

Ondanks de sluiting van de scholen zijn er eind januari van de 206 leerlingen toch nog 45 op school. Naast de achtstegroepers, die ook naar school komen, zijn het die leerlingen die onder de noemer ‘kwetsbaar’ vallen. Wie dat zijn wordt door de directeur bepaald, in overleg met de leerkrachten en de intern begeleider.
Doanh geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken ‘We geven drie of vier keer per dag online instructielessen. We laten de kernvakken zoals taal en rekenen doorgaan. Gisteren bijvoorbeeld hebben de kleuters de getallenlijn geoefend. Op het via Zoom gedeelde beeldscherm zagen ze die lijn maar met een ontbrekend getal. De kinderen moesten dat getal thuis opschrijven.’ 

Er is voor elk kind een IPad. Met hulp het schoolbestuur schafte Doanh dit schooljaar honderd chromebooks aan, omdat de verwerking van opdrachten daarop makkelijker gaat. De meeste ouders verdiepen zich in het digitale schoolwerk van hun kinderen. Dat vindt Doanh fijn. ‘Dat laat zien dat je de school moet zien als een gemeenschap, dat ouders en school samen het kind verder helpen in zijn of haar ontwikkeling.’ Kinderen die niet elke dag online gezien worden, worden gebeld. Soms gaan docenten op huisbezoek. Kinderen waarover veel zorgen zijn komen naar school. 

Van de leerkrachten zijn best veel besmet geraakt met het coronavirus, namelijk zeven van de vijfentwintig. Die zijn daardoor een aantal weken niet beschikbaar geweest. Het was lastig een vervanger te vinden. De stedelijke invalpoule was helemaal opgedroogd. Doanh vertelt dat ze moest uitwijken naar detacheerders, die veel meer kosten. ‘Dat heb ik één keer gedaan, toen had ik echt een pleister nodig. Maar ik vind dat het geld niet moet gaan naar die bureaus. Het geld moet gaan naar goede leraren’.

Het team op basisschol Bijlmerhorst is divers, zowel naar opleiding als achtergrond. Juist daardoor ontstaan bepaalde gesprekken, wordt er meer gezien. Bovendien vindt Doanh het belangrijk dat juist kinderen zichzelf kunnen herkennen in de docent voor de klas. Zelf had ze graag zo’n voorbeeld gehad. Het laat ook zien wat nodig is: meer waardering voor docenten. De eisen voor betere betaling vindt ze terecht, want waarom waarderen we docenten in het middelbaar onderwijs beter dan in het basisonderwijs? Maar er is meer nodig. Aandacht helpt. Juist daarom waardeert Doanh de rol van wethouder Moorman, zoals die ook zichtbaar werd in de documentaire Klassen. ‘Ze gaat echt in gesprek met ons team.’ Juist dat helpt. Als bestuurder zorgde Moorman voor meer geld voor docenten in Amsterdam, voor meer digitale leermiddelen, voor bonussen voor docenten die gaan werken op die scholen waar de nood het hoogst is. Samen met docenten maken betrokken bestuurders het verschil. 

GEPUBLICEERD IN TIJD & TAAK, TIJDSCHRIFT VAN DE BANNING VERENIGING