ACTIEVE BEWAARPLAATS VAN ARTIKELEN,  INTERVIEWS EN COLUMNS.

Interview

Leestijd ongeveer 3 minutenMieke Warnink

Foto: privé collectie

Mieke Warnink is sinds 2018 betrokken bij Huis De Pinto.  Haar grootste hobby is zeezeilen. Samen met haar man hebben zij dat opgepakt na hun pensionering. Ze zijn de afgelopen jaren rondom Engeland gevaren en naar de Azoren. Komende zomer willen ze naar de westkust van Noorwegen. Ze vindt het uitdagend, maar heerlijk om zo’n zes tot acht weken zomers het water op te gaan.
Ze heeft Nederlands gestudeerd. Daarna heeft ze voornamelijk als docent en projectleider onderwijsvernieuwing gewerkt bij de Hbo-opleidingen informatica en commerciële economie.

Hoe ben je begonnen met het organiseren van bijeenkomsten bij Huis de Pinto?

‘Vlak voor corona kreeg ik het idee om een biografieprogramma op te zetten. Ik ben, toen dat weer kon, begonnen met Koen Hilderbink, een biograaf die ik van mijn studie in Groningen kende, hij schreef een biografie over Johan Polak. Die eerste avond onder de vlag ‘Pintoliterair’ was heel leuk. We hadden kleine bezoekersaantallen en je kon toen alleen reserveren per telefoon of ter plekke. Pas in 2022 heb ik samen met Maurice een ticketreserveringssysteem geïmplementeerd, de aantallen bezoekers verdubbelden toen zo’n beetje. Midden in die rare coronatijd meldde Anne-Mariken Raukema zich als vrijwilliger, het klikte meteen tussen ons en vanaf dat moment trokken we samen op. Pintoliterair kreeg vaart toen we Michiel van Kempen aantrokken, ik kende hem al lang via mijn broer. Zo ontstond de Caraïbische salon op de zondagmiddagen. Michiel trekt met zijn programma een heel eigen publiek.’

Wat wil je ermee bereiken? Heb je het idee dat dat een beetje lukt?

‘Zoveel mogelijk leuke en passende voorstellingen die goed gewaardeerd worden organiseren! Ik probeer steeds nieuwe doelgroepen aan te spreken. Zo is ook onze Ons Amsterdamavond ontstaan. Via de biograaf van Theo Thijssen, voormalig hoofdredacteur van Ons Amsterdam, Peter Paul de Baar zijn we in contact gekomen met Koen Kleijn, de huidige hoofdredacteur. Kort daarna is Koen gestart met een maandelijkse avond onder de noemer Ons Amsterdam. Deze avonden zijn eigenlijk altijd uitverkocht. Vervolgens kwam Evelien Polter, de schrijver van dit interview, met het plan om een feministische boekenclub tweemaandelijks te organiseren. Sinds begin 2025 trekken ook deze avonden veel bezoekers. Dat is de vierde loot aan de stam van Pintoliterair.
Op 1 maart beginnen we met De Wilde Stad een programma over stadsnatuur. Ook een lang bestaande wens, het zoeken was naar een geschikte host. Erik Hooijberg, een vogelaar en bioloog, hebben we een week aan boord gehad, hij bleek Anne- Mariken te kennen en toen was het snel beklonken. De wilde stad is het vijfde programma van productiehuis Pintoliterair.’

Heb je een grappig verhaal of een bijzondere herinnering aan iets dat tijdens een biografieavond is gebeurd?

‘Ja zeker. Jolanda Withuis schreef een biografie over kunstenaar Jeanne Oosting. Tijdens deze avond zat er een oud mannetje in de zaal. In de pauze overhandigde hij Jolanda een groot pak. Het was een boek met getekende naaktmodellen, om te oefenen. Voorin stonden hartelijke woorden en er kon uit opgemaakt worden dat Jeanne Oosting het tekenboek van haar vader had gekregen. Een uniek document dat Withuis niet kende. In de biografie beschrijft Withuis namelijk hoe Oosting door haar vader werd tegengewerkt in haar artistieke carrière. Die oude man was de huisknecht geweest van Jeanne Oosting in Amsterdam.  
Jolanda Withuis had ik uitgenodigd met de vraag of zij een lezing wilde geven, maar ze kwam alleen maar als ze geïnterviewd zou worden, zij zou me er wel ‘doorheen slepen’ en zo geschiedde. Dat was de eerste keer dat ik de biograaf interviewde en dat beviel zo goed dat ik ermee doorgegaan ben. De voorbereiding daarvan kost wel veel tijd.
Hoogtepunten waren verder de avonden met Lieneke Frerichs over Nescio, Aleid Truijens over Hella Haasse, Annet Mooij over Ischa Meijer en Jaap Cohen over Theo van Gogh.’

Hoe kies je een spreker?
‘Uitgangspunt is dat de geportretteerde op de een of andere manier verbonden is met het Amsterdamse culturele of maatschappelijke leven. Maar er zijn een paar uitzonderingen. Zo komt Annejet van der Zijl op zondag 3 mei vertellen over Von Siebold en zijn Japanse dochter Oine Kusumoto, wier levens beschreven zijn in De zwevende wereld.’

GEPUBLICEERD IN vrijwilligersbulletin van het Pintohuis