Interview
Leestijd ongeveer 2 minutenMichiel van Kempen: De Caraïbische salon heeft zijn eigen charme

Michiel van Kempen is een Nederlandse emeritus-hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren, schrijver, dichter, letterkundige en surinamist. Hij heeft romans, essays, scenario’s en gedichten geschreven. Michiel stelde verschillende bloemlezingen samen uit de Caraïbische literatuur en schreef meerdere studies, waaronder het tweedelige werk Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (2003), dat als standaardwerk wordt beschouwd. Elke twee maanden organiseert Van Kempen op zondagmiddag de Caraïbische salon.
Hoe ben je begonnen met het organiseren van de Caraïbische salon in Huis de Pinto?
“Het leek me leuk om een vaste plek te hebben om een aantal keren per jaar iets te laten zien van de Caraïbische cultuur. Toevallig ken ik de broer van Mieke Warnink van Pinto literair persoonlijk. Toen ik Mieke een keer tegen kwam stelde ze me voor om bijeenkomsten te organiseren in Huis de Pinto. En zo kwam van het een het ander.”
Wat wil je bereiken met de Caraïbische salon? Heb je het idee dat dat een beetje lukt?
“Ik vind het leuk en belangrijk om mijn kennis over Caribische literatuur, schilderkunst en muziek te delen. En ik zie het als mijn missie om kunstenaars uit Suriname of de Antillen die naar Nederland komen, een podium te bieden.
De Caraïbische salon heeft zijn eigen charme. De salon onderscheidt zich door de persoonlijke sfeer: bezoekers zitten dicht op de sprekers, kunnen direct vragen stellen en na afloop in gesprek gaan tijdens de borrel. Die kleinschaligheid en betrokkenheid zijn in een grote zaal haast onmogelijk te realiseren. Het publiek bestaat vaak uit mensen met veel voorkennis, die actief bijdragen aan het gesprek en hun inzichten delen.”
Heb je een grappig verhaal of een bijzondere herinnering aan een van de middagen?
“Tijdens de salons die ik organiseer over muziek, is het een opvallend terugkerend fenomeen dat Gerda Havertong vaak kort na het sluiten van de deuren arriveert. Haar binnenkomst verloopt doorgaans stilletjes, maar haar aanwezigheid wordt direct door het publiek opgemerkt en gewaardeerd. Havertong, bekend bij veel aanwezigen, weet zo bij te dragen aan de sfeer van de middag. Bovendien is zij vaak bereid om aan het einde van het programma spontaan het podium te nemen en zelf nog wat te zingen. Ook Ronald Snijders komt regelmatig; hij staat erom bekend zijn dwarsfluit mee te brengen en het publiek te trakteren op een improvisatie. Zulke onverwachte muzikale intermezzo’s worden door bezoekers gewaardeerd en dragen bij aan het intieme karakter van de salons.”
Hoe kies je een spreker?
“Bij het samenstellen van het jaarprogramma zorg ik voor variatie tussen Surinaamse en Antilliaanse sprekers. Ik kijk wat er op mijn af komt en kies daaruit. We hebben bij Huis de Pinto geen budget om mensen speciaal uit de Caraïben te laten komen, maar als er toevallig een interessante spreker in Nederland is, probeer ik die zeker in te plannen.
Op 28 september organiseer ik, in het kader van de jubileumviering van 50 jaar Pintohuis, een salon over 50 jaar republiek Suriname. Er komen dan de vier columnisten, Ernestine Comvalius, Chris Polanen, Karin Amatmoekrim en Prof. Soortkill. De muzikale afsluiting gebeurt door Graziella Hunsel, de jazz-diva uit Zuidoost die wel weet hoe zij Suriname met Amsterdam moet verbinden.”