Evelien Polter

Interview

Lennie’s leesclub

Leestijd ongeveer 4 minuten

Lennie’s leesgroep bestaat uit zeven leden van wie drie mannen. Ze vinden de gemengde samenstelling een van de leuke aspecten van hun groep. Tegelijkertijd ervaren ze tijdens de bespreking niet dat de mannen anders denken of hun mening anders formuleren dan de vrouwen. Hans heeft de indruk dat de vrouweninbreng iets preciezer is, met meer details, zij zijn organisatorisch sterker en komen meer met voorstellen van orde.

Hoe is de groep ontstaan?
In 1999 wilden Lennie en Anke een leesgroep starten. Beiden vroegen een vriend, vriendin of zus en zo begonnen ze. In de loop der jaren is er één iemand uitgegaan en Hans kwam er in 2012 bij. De groep komt in de coronatijd online bij elkaar maar gewoonlijk afwisselend bij iemand thuis. Regelmatig wordt er dan ook samen gegeten. Om de beurt heeft één van de leden de leiding en dat is niet degene die het boek voorbereidt.

Hoe komen jullie tot een keuze van het te lezen boek?
De laatste periode is het zo dat iedereen beurtelings het boek uitzoekt. Dat mogen geen thrillers zijn maar wel romans en non-fictie boeken zoals historische uitgaven of biografieën. Als een lid een boek inbrengt geeft hij of zij aan waarom de keuze voor het betreffende boek is gemaakt. Het boek dat ze nu lezen is De onzichtbaren van de Noorse schrijver Roy Jacobsen. Van 1999 tot en met 2019 lazen ze 181 boeken waarvan 38 boeken, 20,9 %, geschreven door een vrouw en 143 boeken, 79 %, geschreven door een man. Deze constatering was verrassend voor de geïnterviewden. Ze selecteren eigenlijk nooit op man of vrouw als schrijver/schrijfster.   

Hoe is jullie werkwijze?
De avond begint met dat de inleider iets vertelt over de schrijver en over het boek. Hij of zij geeft dan nog niet zijn mening. De inleider gaat in op recensies die hij of zij van tevoren aan de leesclubleden mailde. Na de inleiding volgt een rondje waar iedereen aangeeft wat hij of zij van het boek vindt. Vervolgens bespreken ze samen, soms met behulp van vragen van de inleider, het boek. Heel af en toe nodigen ze iemand uit die een speciaal aspect kan toevoegen. Zoals een keer een vertaalster die het boek dat ze lazen in het Nederlands vertaalde en een Surinaamse man toen ze het boek ‘Wij slaven van Suriname’ van Anton de Kom bespraken.

Welk boek of welke bespreking is je het meeste bijgebleven?
Ineke: ‘David Grossman Een vrouw op de vlucht voor een bericht heb ik drie keer gelezen en daarna besproken in de leesgroep. Ik vond en vind dat een heel indrukwekkend boek. In Stad der blinden van José Saramago herkende ik allerlei Bijbelverhalen doordat ik theoloog ben. Die Bijbelverhalen hadden recensenten niet ontdekt en ook de leden van de leesgroep niet. Ik vond toen heel leuk om met mijn ontdekking de blik van de leden van de groep te verbreden.’  

Lennie: ‘Door de bespreking van Narcis en Goldmund van Herman Hesse werd ik helemaal heen en weer geslingerd in mijn mening over het boek. De anderen vonden het mooi en ik niet en daarin stond ik toen een beetje alleen. We verschilden toen sterk van mening. Vaak wil ik na afloop het boek nog een keer lezen doordat anderen er dingen in opmerkten die ik er bij lezing niet in zag. Ik ben een snellezer en daardoor soms een beetje vluchtig.’

Anke: ‘Ik houd van historische boeken en daarom vond ik het fijn dat we Fout in de koude oorlog van Martin Bossenbroek lazen. De bespreking staat me nog levendig voor de geest. Zelf deed ik de voorbereiding van de boeken van Elif Shafak, de Turks/Engelse schrijfster. We lazen toen verschillende boeken van haar. Dat hebben we ook een keer gedaan met de boeken van Harry Mulisch.’

Marije: ‘Weg met Eddy Bellegueule van Édouard Louis vond ik fantastisch.
Een avond die ik me nog goed herinner was een avond waar we elkaar probeerden te overtuigen van onze eigen mening omdat die toch beter was dan die van de ander. Later hebben we dat besproken om te voorkomen dat dat opnieuw gebeurt. We bespraken ook een keer een boek waarbij Hans vertelde over de rol van zijn opa in de oorlog. Dat hij daar zo open over sprak vond ik toen een teken dat we vertrouwen hebben in de groep en in elkaar.’

Hans: ‘Sebastian Haffner’s Het duivels Pact vond ik een indrukwekkend boek over de geleidelijkheid waarmee de joden tot ongewenste Duitsers werden verklaard. Toen spraken we ook over de Tweede Wereldoorlog en de rol van mijn opa daarin. Het boek Emma van Jane Austin lazen we en tegelijkertijd lazen we het boek van Kristien Hemmerechts die, op basis van het boek van Jane Austin, een nieuw boek over Emma schreef. Zij plaatste de Emma figuur in deze tijd. Hemmerechts’ boek vonden we een slecht boek. Grappig genoeg vonden we dat fijn omdat het ons het voorbeeld werd van een slecht boek waaraan je de kwaliteit van andere boeken kunt afmeten.’

De groep bestaat voor het grootste deel uit pensionado’s als achtergrond een theologie of geschiedenisstudie en veel werkervaring in de sociale sector. Ze vinden het interessant om over maatschappelijke thema’s zoals klassenverschillen te praten. Naar aanleiding van de boeken spreken ze ook veel over uit welk nest ze zelf voortkomen. Ze delen lief en leed met elkaar. Een deel van de groep is door hun werkervaring gewend om gesprekken te leiden en echt naar elkaar te luisteren. Wat hen bindt is dat ze willen leren en ze hebben allemaal een verlangen naar kennis. Ze delen basale waarden en normen. Over het coronabeleid bijvoorbeeld waren ze het grotendeels eens met de overheidsbeslissingen, geen van allen hangt complottheorieën aan.

GEPUBLICEERD IN DWARS