Evelien Polter

ARTIKEL

Seksueel misbruik is niet een of ander stijlmiddel

Leestijd ongeveer 6 minuten

In de literatuur wordt nog wel eens over seksuele grenzen gegaan. Hoe geven verschillende schrijvers hier vorm aan? Geven zij ruimte aan de ervaringswereld van de onderdrukte? Woorden kunnen een omgeving scheppen waarin (seksueel) geweld tegen vrouwen als acceptabel wordt gezien en gebagatelliseerd. Schrijfster Wytske Versteeg vormt met haar boek Verdwijnpunt een uitzondering.

‘Geen verkrachting, dat niet, maar evengoed ongewenst, absoluut ongewenst.’ Zo beschrijft personage David Lurie, een professor van tweeënvijftig, de seks die hij had met de twintigjarige studente Melanie in Disgrace van J.M. Coetzee (1999). Toen ik het las dacht ik: Eindelijk zijn er mannelijke schrijvers die snappen wat vrouwen overkomt als zij aangerand of verkracht worden.

Maar die hoopvolle gedachte hield geen stand bij het lezen van Nederlandstalige literatuur. Neem bijvoorbeeld Oek de Jong, een door mij bewonderde schrijver. Zijn geboortejaar is, net als die van mij, zeven jaar na de Tweede Wereldoorlog. We maakten de culturele revolutie van de jaren zestig en de politisering van de jaren zeventig mee. In zijn laatste essaybundel Het glanzend zwart van mosselen beschrijft De Jong die jaren, waarin een nieuwe wereld ontstond. Amsterdam was voor hem een stad van vrije seks. Over de feministische strijd voor zelfbeschikkingsrecht geen woord. Toch is hij een schrijver waar ik me sterk verwant mee voel. De werelden die hij beschrijft, zijn kinder- en puberjaren, lijken sterk op mijn vroegere wereld. Rustig, provinciaal, even behaaglijk als beklemmend. Bij Oek de Jong herkende ik een verlangen naar ontsnapping, bevrijding, zelfontstijging. Een gevoel van innerlijke vrijheid en van ruimte.

De binnenwereld dichtbij

Mijn vriendinnen begrijpen niet waarom ik zijn romans en essays goed vind. In hun optiek is de stem van vrouwen in zijn boeken onzichtbaar, vrouwelijke seksualiteit beschrijft hij vanuit het gezichtspunt van de man. Over hoe De Jong zijn hoofdpersonen ziet, zegt hij in een interview: “Een lezer leert de personages in romans intiem kennen. Geen andere kunstvorm brengt de binnenwereld van mensen zo dichtbij.” Of hij de binnenwereld van vrouwen (ook mensen) beschrijft, waag ik te betwijfelen. Lin, de dochter van Hokwerda, is de hoofdpersoon in de roman Hokwerda’s kind (2002) die je als lezer ademloos volgt. Lins grote liefde Henri laat haar tegen een vergoeding voor hem op een schip verkrachten. Wanneer Lin hem daarop aanspreekt, zegt hij: “De wereld vergaat niet omdat jij tien minuten met je benen wijd hebt moeten liggen.” Lin verbreekt de relatie, maar na zes weken is voor haar het ergst achter de rug. Haar angstdromen en dofheid overdag zijn verdwenen en ze denkt er niet meer aan. Ze is niet bang voor zwangerschap en van agressie of schaamte heeft ze geen last. Zes weken na de verkrachting zetten Lin en Henri de relatie voort alsof er niets is voorgevallen. In de roman neemt seksualiteit een grote plaats in, maar ook over het gebruik van voorbehoedsmiddelen of menstruatie gaat het niet.

De personage David Lurie in de roman van J.M. Coetzee weet dat de aanranding absoluut ongewenst was en de studente beschuldigt hem in het openbaar. Bij De Jong lezen we dat Lins vriend geen last heeft van schuldgevoel. En zij vergeet het voorval min of meer. De impact van de verkrachting lijkt nihil.  De Jong wil de binnenwereld dichtbij brengen, maar vergeet dat hij een mannelijke blik heeft; bij het lezen van de roman vraag je je zelfs af waarom verkrachting in de echte wereld eigenlijk kan leiden tot strafvervolging en een trauma.

Gereduceerd tot een fantasie

In Mijn lieve gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld is de hoofdpersoon een 49-jarige veearts die verliefd wordt op een 14-jarig meisje op een boerderij. Het boek gaat over zijn obsessie voor het meisje en hoe hij haar stapje voor stapje verovert, geslachtsgemeenschap met haar heeft en haar beschadigt. Via zijn waan, zijn klaagzang, krijgen we ook háár dromen en angsten te horen. Het boek schetst een schokkend portret van het beschadigde kind. Het meisje komt zelf niet aan het woord. Zij is gereduceerd tot iemand die slechts bestaat in zijn fantasie. Je kunt het boek alleen lezen als je meegaat in de emoties en de ongeremde, seksuele uitingen van de veearts. Het vergt de nodige tegendraadsheid om niet bedwelmd te raken door zijn litanie. Als lezer heb je de neiging om hem te vergeven, ook al doet hij het meisje ernstig kwaad.

Wat zijn de drijfveren van Marieke Lucas Rijneveld? In een interview in de Volkskrant vertelde ze dat zij als meisje werd misbruikt door een leraar van haar middelbare school. Bij het lezen van het boek overvalt mij een misselijkheid bij de totale vernietiging van het meisje. Rijneveld zelf lijkt daar zelf ook last van te hebben. In datzelfde interview zegt ze: “Tijdens het schrijven werd ik de veearts. (…) Ik wás hem. Overdag dreef ik mee met de duistere stroom, maar in de avonden had ik het moeilijk. Dan viel ik uit die rol en vroeg ik me af: wie ben ik nu eigenlijk zelf?” In Mijn lieve gunsteling verplaatst Rijneveld zich in de veearts en probeert zij niet zichzelf te kennen. Als lezer hoef je je niet te verdiepen in het slachtoffer van de seksuele obsessie van de veearts. Het meisje heeft niet eens een stem. De vrouwelijke hoofdpersoon handelt niet waardoor er geen oplossing komt voor het leed wat haar wordt aangedaan. Maar misschien is dat juist wel het punt dat Marieke Lucas Rijneveld wil maken.

Het boek werd lovend ontvangen en wint de F. Bordewijk-prijs 2021. Het taalgebruik en het ritme van de zinnen zijn meeslepend, maar in de vele boekbesprekingen komt nauwelijks aan de orde wat de veearts uitricht bij zijn slachtoffer alsof de taal van Rijneveld vele malen belangrijker is dan het onderwerp van het boek. Blijkbaar doet het er voor de meeste recensenten niet toe dat het meisje opgeofferd wordt aan de lusten van de veearts.

Omdat het zo verwarrend is

Ervaringsdeskundige en schrijfster Wytske Versteeg probeert in haar literaire non-fictie boek Verdwijnpunt duidelijk te maken hoe levensverpestend aanranding en verkrachting zijn. Versteeg ontving de Frans Kellendonkprijs 2020 voor haar werk als romancier en essayist. In Verdwijnpunt onderzoekt ze niet alleen haar wonden, maar ook de woorden die we daar als samenleving aan geven. ‘Trauma’, ‘helen’, of ‘een plek geven’, termen die min of meer versleten zijn krijgen in haar beschrijvingen weer betekenis. In een interview in NRC vertelt ze waarom ze er eerder niet over schreef: “Omdat het zo verwarrend is. Als je iets echt helemaal niet begrijpt, als het zo buiten alles valt waar wel over gepraat wordt, dan wordt het heel lastig.”

Verdwijnpunt begint met de opname van de hoofdpersoon in een centrum voor geestelijke gezondheidszorg. Wat haar uit haar eigen bestaan gegooid heeft kan ze in één zin opschrijven: ‘Ik heb het gevoel alsof ik in één ruimte opgesloten zit met vroeger en alsof die ruimte steeds kleiner wordt.’ Ze is tussen haar vierde en elfde jaar misbruikt door haar opa. De herinneringen hieraan beginnen op te spelen als ze in haar eerste studiejaar twee keer na elkaar in de trein wordt aangerand. Die herinneringen aan het misbruik waren er altijd al, maar vóór de gebeurtenissen in de trein kon ze deze gemakkelijker wegredeneren. Ze onderzoekt of de aanrandingen te maken hebben met de incest uit haar kindertijd en komt tot het idee ‘dat zoveel onbekenden, feilloos herkenden dat ik blijkbaar alleen daarvoor goed genoeg was: om buiten op straat of in het openbaar vervoer met meer of minder geweld (…), te worden aangeraakt zonder dat ik dat wilde.’

Door het verhaal te vertellen, met alle vragen en weerzin die het oproept, onderzoekt Versteeg op literaire wijze seksueel geweld. Het is voor haar een traumatische gebeurtenis die een figuurlijke beschadiging van de huid veroorzaakt: iemand komt te dicht bij en verwondt de waardigheid en het gevoel van wie degene is. Bij Versteeg gaat het niet om de specifieke aanranders en verkrachters, het gaat haar om een systeem waarin de seksuele verhoudingen tussen mannen en vrouwen gebaseerd zijn op macht. In Verdwijnpunt verkent ze de mogelijkheden van een nieuw genre waarin onderzocht wordt wat verkrachting en seksueel misbruik veroorzaakt bij slachtoffers. Zij diept haar leven in alle facetten uit, zij probeert te begrijpen wat grensoverschrijdende handelingen veroorzaken.

Niet één of ander stijlmiddel

Versteeg onderzoekt vanuit het vrouwelijk perspectief seksueel misbruik omdat zij weet dat de vijandigheid waarmee meisjes en vrouwen worden geconfronteerd hen kapot kan maken. Zij laat zien dat wat onrechtvaardig is ook echt onrechtvaardig is. Seksueel misbruik is niet één of ander stijlmiddel waar schrijvers gedachteloos gebruik van kunnen maken. Seksueel misbruik is totaal ontwrichtend, het verwoest levens. De moed waarmee zij dat doet, wens ik ook schrijvers als Oek de Jong en Marieke Lucas Rijneveld toe opdat de binnenwereld van vrouwen een plaats krijgt in de Nederlandse literatuur. 

GEPUBLICEERD OP WEBSITE NIEUW WIJ