Evelien Polter

INTERVIEW

Een zorginstelling in tijden van corona

Leestijd ongeveer 2 minuten

De coronacrisis treft sommige bevolkingsgroepen extra hard. Mensen met een verstandelijk beperking is één van die groepen.Vanaf 20 maart mogen de bewoners van de speciale woonlocaties voor hen geen bezoek meer ontvangen. Ook niet als het huis coronavrij is en de contactpersoon klachtenvrij. Dit heeft grote impact op de betrokkenen. Eén van hen is Cor Grooff. Hij is vijfenzestig en woont sinds drie jaar in een woonlocatie van zorginstelling Philadelphia in Amsterdam waar vijfentwintig mensen met een verstandelijke beperking verblijven. Ik vraag hem telefonisch hem hoe hij de coronacrisis ervaart. Zij eerste reactie: ‘het is een puinhoop’. Cor werkte in een kas waar hij plantjes verpotte, daar mag hij niet meer heen. Vlak voor Pasen was zijn zuster jarig maar ook dat moest hij missen. Hij wil graag naar een fysiotherapeut, maar dat kan niet. Overdag kijkt hij samen met een andere bewoner naar de televisie. Eén van hun favoriete programma’s is Kapitein Zeppos op de Belgische TV. ‘s Avonds kijkt Cor op zijn eigen kamer naar series. Zijn leven is erg saai met heel weinig beweging.

De woonlocatie bevindt zich in een deel van het gebouw van een verpleeghuis waar Philadelphia appartementen huurt die aangepast zijn aan een moderne woonvorm voor mensen met een beperking. De bewoners hebben ieder een eigen appartement. Op de begane grond is een grote ontmoetingsruimte, waar voor de corona-uitbraak de bewoners samen de avondmaaltijd aten. De begeleiders organiseerden in die ruimte activiteiten, maar ook dat ligt helemaal stil.

Foto: Paul te Stroete | Marcia Lynch met één van haar cliënten in februari 2020
Foto: Paul te Stroete | Marcia Lynch met één van haar cliënten in februari 2020

Marcia Lynch werkt bij deze zorginstelling. Ze brengt de bewoners op vaste tijden hun maaltijden tot aan de deur. ‘Ik bel aan en zet het bakje met hun eten voor de ingang, ze moeten het dan helemaal alleen opeten’. Bij het uitdelen van koffie doet ze een door haar zelf gekocht mondkapje voor en dan heeft ze even een gesprekje om te peilen hoe het met de bewoners gaat. Ze probeert de situatie een beetje te relativeren. Ze moet wel regelmatig zeggen: ‘Nee niet te dichtbij, afstand houden’. Marcia vindt dit heel lastig, ze kent het belang van een arm om de schouder en weet hoeveel de bewoners van een knuffel houden. Ze zegt van zichzelf: ‘Ik ben een warm persoon maar nu moet ik zakelijk zijn en dat gaat heel erg tegen mijn gevoel in’. Voor haar voelt het alsof ze haar cliënten opgesloten heeft in een gevangenis.

In normale tijden zijn de medewerkers vooral bezig invulling te geven aan een zinvolle dag. De bewoners gaan dan naar de dagbesteding en er worden voor hen in hun vrije tijd allerlei gemeenschappelijke activiteiten georganiseerd. Nu de crisis langer duurt, start het personeel met activiteiten zoals samen met één client wandelen of in de ontmoetingsruime één op één bezigheden organiseren. Ze gingen voor de crisis in het weekend uit logeren, dat mag niet meer. Als ze dat wel doen kunnen ze voorlopig niet terugkomen. Twee cliënten zijn naar hun moeder gegaan en zijn daar gebleven.

De werkdruk is gestegen. De medewerkers zijn bang om zelf het virus de woonlocatie binnen te brengen. Want je kunt de deuren op slot draaien, de medewerkers moeten in en uit kunnen blijven gaan. Verder is er onder hen de angst om zelf het virus te krijgen. Half april is er gelukkig nog geen besmetting.

De hele dag televisiekijken, af en toe eten en drinken, verder nauwelijks contact en bijna geen beweging; dit is het leven van mensen met een verstandelijke beperking in een zorginstelling tijdens deze crisis.

GEPUBLICEERD IN TIJD & TAAK, TIJDSCHRIFT VAN DE BANNING VERENIGING