Interview
Leestijd ongeveer 10 minutenDe externe dreiging is zó groot dat interne verschillen vervagen
We leven in een turbulente tijd. Oorlog en dreiging komen dichterbij. Democratieën staan onder druk. Tegelijk lijkt de overheid nog maar weinig voor elkaar te krijgen. De filosoof Haroon Sheikh onderzoekt hoe we weer grip krijgen op de toekomst. Hij pleit voor een progressief bouwproject: een aanpak in duidelijke taal, herkenbaar voor mensen, met ruimte voor traditie én vernieuwing. Niet door macht over anderen uit te oefenen, maar door samen te werken. Door echte gelijkwaardigheid te organiseren, binnen én buiten onze grenzen.
Door Evelien Polter en Joke van der Neut

We zien u regelmatig in actualiteitenprogramma’s optreden als politiek-analist. Onze huidige wereld lijkt gedomineerd te worden door conflicten en politieke instabiliteit, van Trump tot Gaza, Oekraïne en de val van een rechts kabinet. Het WRR-rapport Nederland in een fragmenterende wereldorde, waaraan u als projectleider meewerkte, spreekt van een neerwaartse trend.
Om welke trend gaat het?
“Nederland heeft na de Tweede Wereldoorlog geprofiteerd van een, voor haar uitzonderlijk, gunstige wereldorde. Hierbij lagen weerbaarheid, welvaart en waarden, de 3W’s, in elkaars verlengde. Er was groei, veiligheid en democratische opbouw. Na de val van de muur dachten we dat de lijn wereldwijd zou doorzetten, maar dat blijkt niet zo te zijn. Dat heeft te maken met de opkomst van een ander soort grootmachten, landen als China en Rusland natuurlijk, én aan een veranderde relatie met de VS. Daarmee zijn de 3W’s niet meer vanzelfsprekend. Onze weerbaarheid staat onder druk door een oorlog die heel dichtbij komt. Onze welvaart staat onder druk door protectionisme. En de democratische waarden worden bedreigd. Dat vraagt om een stevig Europees antwoord.
Nederland moet zich opnieuw verhouden tot deze realiteit. Dat roept lastige vragen op. Moeten we omwille van onze weerbaarheid deals sluiten met boeven elders? Moet defensie zwaarder wegen dan duurzaamheid? Als je één van de 3W’s verzaakt, ondermijn je ze alle drie. Nederland kan dit niet alleen. Europa kan daarbij aantrekkelijk zijn voor de hele wereld door vast te houden aan vrijheid en democratie al gaat de wereldwijde trend juist de andere kant op.”
Europa heeft macht verloren en geopolitiek is voor Europa niet langer taboe. Aan de oostkant is er de Russische militaire dreiging en verder weg de economische opkomst van China. Vanuit het zuiden komt instabiliteit door zwakke staten met gevolgen zoals migratie. En ook de westkant, de relatie met de VS, levert spanning op, binnen de NAVO én door economische rivaliteit, bijvoorbeeld rond big tech. Dit schrijft u in de bundel essays Ontwaken uit de politieke sluier(2023). U benoemt daarin ook de verschillen binnen Europa. Kan de EU ondanks verdeeldheid tot een gezamenlijk antwoord op de bedreigingen voor Europa komen?
“Dit is een lastige vraag. Er zijn absoluut verschillen tussen landen binnen de EU. Veel Oost-Europese landen hebben we in het verleden niet goed behandeld. De Spanjaarden ervaren minder de urgentie doordat zij geografisch verder van de dreiging uit het Oosten afstaan. Daarbij groeit in meerdere lidstaten een anti-Europees sentiment. Wie weet hoe de Franse verkiezingen straks uitpakken? Tegelijkertijd ben ik voorzichtig optimistisch. De externe dreiging is zó groot dat interne verschillen vervagen. Je hoort bijvoorbeeld president Fico van Slowakije en ook Meloni van Italië niet meer zeggen dat Trump hun held is. En eerdere crises laten zien dat Europa onder druk tot actie komt: van de financiële crisis tot Covid, en recent het gezamenlijke sanctiebeleid na de Russische inval in Oekraïne. Europa komt er na elke crisis uiteindelijk nog steeds sterker uit.”
Wanneer geopolitiek voor Europa niet langer taboe is, moet zij een geloofwaardig verhaal hebben over waar zij voor staat. De Canadese premier Carney wees er in Davos op dat de op regels gebaseerde wereldorde lang werd gedomineerd door westerse belangen, van ongelijke handelsregels tot selectieve handhaving van internationaal recht. Daarnaast profiteerde Europa van koloniale én neokoloniale structuren, waarin grondstoffen en arbeid wereldwijd beschikbaar bleven voor het Westen. Maar landen als Brazilië, Turkije, Zuid‑Afrika en Indonesië krijgen nu meer invloed en kijken kritisch naar dat verleden en naar het heden. Hoe moet Europa deze werkelijkheid meenemen in een geloofwaardig verhaal?
“We moeten erkennen dat het koloniale verleden nog steeds doorwerkt én dat Europa andere landen ook nu nog vaak ongelijkwaardig behandelt. Veel van ons beleid heeft negatieve effecten elders. Bijvoorbeeld toen wij Russisch gas vervingen door vloeibaar gas, joegen we de wereldmarktprijs van dat vloeibare gas omhoog. Wij konden die hogere prijzen betalen, maar in landen als Pakistan en Bangladesh ging als gevolg daarvan letterlijk het licht uit.
Nederland publiceerde een paar jaar geleden een Afrika-strategie die gelijkwaardigheid zegt na te streven, maar de invulling daarvan is onduidelijk. Het vraagt om relaties waarin ook de belangen van partnerlanden centraal staan. Nu benaderen we Afrikaanse landen vooral vanuit ons eigen belang: we willen hun grondstoffen, onder onze voorwaarden. Wij hebben het over de Chinezen die koloniaal zijn, maar zij zeggen: “Wij ontwikkelen ons en we willen dat jullie dat ook doen. Dit project gaan we samendoen.” Dat zie ik ons nauwelijks realiseren. Toen we van Russisch gas af wilden, kochten we ineens veel gas van Algerije, tegelijkertijd zeiden we daarbij dat we daar binnen vijftien jaar weer vanaf wilden, dat betekent een klap voor het Algerijnse verdienmodel, want wat moeten zij na die vijftien jaar? Gelijkwaardigheid zou betekenen dat we samen plannen zouden maken, bijvoorbeeld door naast gas ook te investeren in hun zonne-energiepotentieel. Pas dan bouwen we echt aan een gezamenlijke en gelijkwaardige toekomst.”
Digitalisering speelt geopolitiek een grote rol. In Atlas van de digitale wereld brengt u in kaart hoe Nederland en de EU er in digitaal opzicht voorstaan en hoe de machtsverhoudingen liggen. Hoe staan we ervoor?
“We staan onder stevige druk. Democratie bestaat op een smalle strook tussen twee uitersten, aan de ene kant anarchie en aan de andere kant dictatuur. Digitale technologie duwt ons naar de randen. Sociale platforms versterken polarisatie, terwijl AI en surveillancetools enorm veel controle mogelijk maken. We moeten ervoor zorgen dat de digitale technologie het democratische midden gaat versterken in plaats van dat het deze ondermijnt.
Strenge Europese wetgeving tegen desinformatie, discriminatie en privacy‑schendingen is daarbij cruciaal. En wanneer bedrijven daar niet aan voldoen moet de EU flinke boetes uitschrijven. Het is momenteel spannend omdat er een aantal grote rechtszaken lopen tegen platformen waar haat en desinformatie floreren. Tegelijk moet de EU de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven terugdringen door te investeren in eigen systemen en infrastructuur. Een Europese cloud, die past binnen de Europese rechten en grondwetten waarin onze data niet toegankelijk is voor Washington, is daarin onmisbaar. De Europese wetgeving die de bescherming van persoonsgegevens regelt (GDPR of AVG) blijkt bovendien een effectief middel om wereldwijd invloed uit te oefenen op techbedrijven, omdat zij, zoals steeds blijkt, hun systemen aan Europese regels aanpassen.”
U wijst ook op het belang van digitale technologieën die de democratie kunnen ondersteunen. Kunt u daar een voorbeeld van geven?
“Taiwan geldt als inspirerend voorbeeld. Onder leiding van Audrey Tang, ze was minister van digitale zaken, is technologie ingezet om burgers te betrekken bij beleidsvorming, bij het signaleren van problemen en online gesprekken minder te laten verharden. Moderators doorbreken in Taiwan bewust bubbels wanneer discussies vastlopen. Uit hun praktijk blijkt dat je democratie niet onderhoudt met één stemdag maar vraagt om een doorlopend proces.”
Stel dat u minister van Digitale Zaken zou worden wat zou u als eerste aanpakken?
“Mijn eerste prioriteit is dan om cruciale infrastructuur, zoals de cloud waarop DigiD draait, structureel te beschermen tegen buitenlandse overnames. Omdat we moeten kunnen garanderen dat diensten die zich Europees noemen ook Europees blijven. Daarnaast is versterking van de chipsector en de telecomsamenwerking nodig om minder kwetsbaar te zijn. Burgers en bedrijven willen minder afhankelijk zijn van Big Tech, maar weten vaak niet hoe. Daarom zou ik een platform opzetten dat alternatieven inzichtelijk maakt.
Ik zou meer investeren in cyber security. Cyberaanvallen worden steeds geavanceerder. Grote bedrijven kunnen zich daartegen beschermen, maar kleinere instellingen lopen risico op cyberaanvallen omdat zij niet over voldoende financiële middelen beschikken om zich te verdedigen. We moeten nadenken over een evenwichtiger tegenreactie op digitale aanvallen, bijvoorbeeld uit Rusland, want op dit moment is er een heel asymmetrische situatie. Een cyberaanval is heel makkelijk. Je laat een paar drones boven een vliegveld los, dat kost je praktisch niks, maar de tegenmaatregelen zijn ongelooflijk duur. We moeten niet escaleren, maar wel direct en proportioneel reageren, zodat afschrikking werkt. Dat vraagt om weerbaarder defensie- en inlichtingenapparaat inclusief beperkte offensieve capaciteit.”
U reisde vorig jaar door de Verenigde Staten, op zoek naar een antwoord op het trumpisme. U analyseerde onder andere waarom mensen het vertrouwen in liberale en progressieve politici hebben verloren. Geldt uw analyse ook voor Nederland?
“Jazeker. In Nederland zie je dezelfde dynamiek als in de VS. In mijn analyse, gepubliceerd in De Groene Amsterdammer, geïnspireerd op onder meer het boek Abundance van Klein en Thompson, laat ik zien hoe rechts de overheid heeft verzwakt door haar kleiner te maken, terwijl links haar heeft verlamd met regels, procedures en inspraak. Daardoor lukt het niet om al erkende problemen zoals woningnood daadwerkelijk op te lossen. De bouw van huizen wordt tegengehouden door onder meer het vergunningenstelsel, inspraakprocedures en het stikstofprobleem. Een buurtbewoner die verandering van het uitzicht niet leuk vindt, kan het bouwen van tientallen woningen tegenhouden. Het gevolg daarvan is dat mensen teleurgesteld raken omdat de overheid veel belooft maar weinig levert. Dat draagt bij aan de algehele onvrede.
Daarnaast richt links zich te sterk op het verdelen van geld en te weinig op het vergroten van het aanbod. Steun voor lage inkomens is nodig, maar we moeten óók leren weer te bouwen en technologie inzetten om producten en voorzieningen betaalbaar en beschikbaar te maken. De overheid moet meer leveren: huizen, infrastructuur en de groene transitie.”
Hoe krijgen we in Nederland die beweging op gang?
“Die beweging is al voorzichtig ingezet. Bij de laatste verkiezingen zag je al dat partijen minder ruimte willen voor eindeloze procedures. We moeten niet alleen meer geld aan zorg uitgeven, maar ook investeren in technologieën die het leven goedkoper en beter maakt. Dat vraagt om een herwaardering van de rol van de overheid, die jarenlang vertrouwde op de markt. De overheid moet weer bepalen wélke huizen er komen en hoe technologie ze goedkoper en duurzamer maakt, en manieren zoeken om de huizenprijs naar beneden te brengen.”
Hoe moeten we omgaan met de grote belangen die daarbij spelen?
“Die belangen zijn groot, zeker van de vastgoedwereld. Een risico is dat we in woorden vóór gelijkheid zijn, maar in beleid vooral de status quo verdedigen. Veel mensen profiteren van hoge huizenprijzen, ook ikzelf, maar het is niet eerlijk dat je daar zonder inspanning rijker van wordt terwijl anderen niet kunnen instappen. Links moet ook dingen durven af te breken. Er liggen concrete mogelijkheden voor een progressieve agenda die écht iets aan ongelijkheid doet.”
Uw proefschrift Het inbedden van Technopolis: Moderniteit tot een thuis maken (2017) ging over het belang van de mens om verbonden, ingebed, te zijn in de moderne samenleving. U pleit nu voor een progressief bouwproject waar iedereen een bijdragen aan moet kunnen leveren. Waarom is dat belangrijk?
“De spanning tussen moderniteit en traditie, globalisering en inbedding, loopt door veel van mijn werk. We hebben te veel ingezet op modernisering, waardoor een deel van de bevolking goed meekomt, maar veel anderen zich ontworteld, niet meer thuis voelen. Extreemrechts weet dat gevoel goed te benutten, zoals zichtbaar bij bijvoorbeeld Trump-rally’s. Links kan daarvan leren. Progressieve politiek spreekt vaak in afstandelijke, bestuurlijke taal, terwijl vroeger vakbondsleiders juist herkenning boden door vanuit dagelijkse ervaringen te spreken. Politiek draait naast regels vooral om verbondenheid, vertrouwen en wederkerigheid. Daarom pleit ik voor een progressief bouwproject. Nederland loopt vast en moet gezamenlijk opnieuw worden opgebouwd. Iedereen moet daarin een rol kunnen spelen, van hoogleraren tot zonnepaneelinstallateurs. Met een eerlijk verhaal kun je mensen aanspreken op hun bijdrage en meestal willen ze die verantwoordelijkheid graag nemen.”
U beschrijft in Atlas van de Digitale Wereld de strijd om de digitale kaart, maar u sluit het boek af met een ander geluid: er is ook altijd een beweging geweest tegen macht en hegemonie, die openheid en gezamenlijk bezit van de aarde voorstaat. U verwijst naar Hugo de Groot en de vrije zee. Hoe past zo’n ideaal in deze tijd van geopolitieke rivaliteit?
“Ik hoop mijn volgende boek juist aan dat perspectief te wijden: de vraag hoe we een wereld kunnen inrichten die niet wordt gedomineerd door het recht van de sterkste. Dat is idealistisch, zeker in een tijd waarin iedereen groter en machtiger wil worden. Maar misschien juist doordat die wereld van macht tot zoveel problemen leidt, zeggen we straks: we moeten een nieuw systeem opbouwen. Net als na de Tweede Wereldoorlog kan er opnieuw behoefte ontstaan aan andere ideeën. Mijn stelling is dat het idee van een niet‑imperiale wereldorde wereldwijd terug te vinden is. In het Westen zie je het bij Kant en bij de grondleggers van de Europese Unie, die zelf een project voorbij macht wilden bouwen. China kent de traditie van Tianxia, letterlijk ‘alles onder de hemel’. Dat gaat over dat we voor onszelf moeten zorgen, maar eerst moeten zorgen voor de gemeenschappelijke aarde. In landen als India heb je onder de vlag van het idee van de derde wereld ook het ideaal gehad van onafhankelijkheid van grote machtsblokken. Met het boek hoop ik te laten zien dat het idee minder onwaarschijnlijk is dan we denken.”
In uw boeken bedankt u telkens uw ouders en partner voor hun steun, liefde en inspiratie. U groeide op tussen meerdere culturen, leerde creatief schakelen tussen die werelden en filosofisch te denken vanuit uw eigen ervaringen. Welke waarden hebben uw ouders en partner u meegegeven, en hoe geven die richting aan uw leven?
“Mijn ouders komen uit twee verschillende culturen, waardoor ik al jong leerde bewegen tussen Surinaamse, Pakistaanse en Nederlandse werelden. Dat gaf me een gevoeligheid en vermogen om me makkelijk in andere perspectieven in te leven. Als kind van migranten kreeg ik ook een stevig arbeidsethos mee: hard werken, niets vanzelfsprekend vinden, verantwoordelijkheid nemen voor familie en gemeenschap. Bescheidenheid hoort daar ook bij.
Van mijn man, die uit Bosnië komt en door de oorlog is gevormd, leerde ik veel over omgaan met pijn en de kracht die daaruit kan ontstaan. Zijn perspectief helpt me relativeren. Wanneer iets spannend is, denk ik ook aan het pad dat mijn ouders hebben afgelegd. Mijn moeder die op haar zeventiende naar Nederland kwam, één keer per maand kon bellen en dan samen met haar moeder huilde van heimwee. Het pad dat mijn ouders hebben afgelegd, hun strijd en alles wat ze hebben gegeven, plaatsen een verantwoordelijkheid bij mij. Ik wil iets terugdoen, doorzetten en hen trots maken. Dat geeft richting aan mijn werk én mijn leven.”
Haroon Sheikh (1980) is een Nederlandse filosoof met Pakistaanse en Surinaamse roots. Hij doet multidisciplinair onderzoek naar kwesties met betrekking tot internationale orde en nieuwe technologieën zoals AI. Hij is senior onderzoeker bij de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor Overheidsbeleid (WRR) en hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Sheikh schreef (mee aan) verschillende boeken en essays zoals: Het inbedden van Technopolis: Moderniteit tot een thuis maken (2017), Atlas van de Digitale Wereld (2024), Navigeren door een fragmenterende wereldorde (2025) van de WRR en Ontwaken uit de politieke sluier (2023). Daarnaast is hij columnist bij de NRC, lid van het filosofisch team bij Trouw en docent bij de IMC Weekendschool. Op 21 februari sprak hij de vijfde Banninglezing uit.